Zes steenuiltjes en onze zoektocht als zoöperatie

Misschien heb je het al voorbij zien komen op onze LinkedIn, maar we hebben er officieel zes nieuwe bewoners bij gekregen! Onlangs kwam de Steenuilenwerkgroep Ooijpolder op bezoek. Ze ontdekten maar liefst zes prachtige, pluizige steenuilskuikens in onze nestkast. Dat is een fantastisch bewijs dat de bloeiende muizenpopulatie en de natuurlijke variatie op ons landgoed haar vruchten afwerpen.
Tijdens het bezoek van de werkgroep werd de ingang van de nestkast geblokkeerd en verdwenen de uiltjes tijdelijk in een tasje om geringd te worden. Vervolgens stonden wij er met onze neus bovenop, ons vergapend aan die zachte bolletjes met hun grote ogen.
Hoewel de vrijwilligers (die overigens prachtig en belangrijk werk doen) ons geruststelden dat uilen niet kunnen ruiken en de ouders hun jongen hierdoor na contact met mensen niet afstoten, riep het moment bij ons toch vragen op. Want hoe waardevol het ook is: was het wel oké voor de uilen om daar zo met een hele groep bij te komen kijken?
Het is een complex en boeiend vraagstuk. Aan de ene kant groeit de intrinsieke motivatie om je voor het niet-menselijk leven in te zetten juist wanneer je de schoonheid van een dier van zo dichtbij ervaart. Aan de andere kant kun je je afvragen: waar ligt de grens tussen samenwerken met het web van leven en het verstoren van wilde wezens voor onze eigen menselijke leerdoelen?
Het ringen an sich door de steenuilenwerkgroep bekritiseren we niet; dit dient immers de bescherming en het in kaart brengen van de populaties. Maar de vraag zit voor ons veel meer in onze rol als menselijke toeschouwers. We streven er als zoöperatie naar om zo gelijkwaardig mogelijk samen te leven met de niet-menselijke gemeenschap waar we deel van uitmaken. Dieren, planten, bomen en bodemorganismen; ze hebben hun eigen rechten en hun eigen stem.
Situaties als deze helpen ons om die ambitie verder te onderzoeken. Wanneer zijn we bondgenoten van het leven om ons heen, en wanneer nemen we toch ongemerkt te veel ruimte in? We hebben daar nog geen definitieve antwoorden op, maar de steenuiltjes geven ons wel aanleiding om die vragen steeds opnieuw te stellen.
En de uiltjes zelf? Die lieten de menselijke heisa redelijk gelaten over zich heen komen. We hopen ze over een paar weken gezond en wel, in volle vrijheid, te zien uitvliegen!
